REGIO – Met het einde van het jaar in zicht, is er net als elk jaar weer discussie over vuurwerk. Hoewel er in 2026 een compleet bezit- en afsteekverbod van kracht is, betekent dat niet dat iedereen zich daaraan houdt. De gemeenten in Overijssel merkten dat ook. Toen de provincie vroeg waar extra aandacht voor moest komen, was een veel voorkomend antwoord: illegale vuurwerkopslag en -handel. Daarom komt de provincie nu met de campagne: ‘Wat hier ligt, kan de buurt raken’.
Het bezitten, vervoeren of verhandelen van illegaal vuurwerk is strafbaar. Het kan je een flinke boete, een strafblad of zelfs strafrechtelijke gevolgen opleveren. Het gaat niet alleen om veilig wonen in de omgeving, maar ook om de mogelijkheid om compleet anoniem melding te maken. De campagne moet mensen leren herkennen wat de signalen zijn van een mogelijke opslag of handelslocatie en hoe ze daar mee om kunnen gaan.
Anoniem melden
Een directe melding bij de politie doen kan soms spannend zijn, al helemaal als het gaat om een mogelijke vuurwerkopslag van mensen in je straat of buurt. Misschien zijn het zelfs bekenden. Daarom stelt Meld Misdaad Anoniem zich op als tussenpersoon en staat de veiligheid van de melder voorop.
“Wanneer er bij ons een melding wordt gemaakt, wordt ervoor gezorgd dat de melding uiteindelijk bij de politie aankomt en de oorspronkelijke melder compleet anoniem blijft. Zo kunnen mensen een melding doen met een veilig gevoel”, aldus een woordvoerder van Meld Misdaad Anoniem.
Reden voor de campagne
Als een grote hoeveelheid vuurwerk in een opslag tot ontploffing komt, kan dat catastrofale gevolgen hebben voor zowel de eigenaar als de omwonenden, woningen en voertuigen. De provincie, politie en gemeenten roepen daarom op: meld het voor je eigen veiligheid! Daarom is de slogan van de campagne: ‘Wat hier ligt, kan de buurt raken’.
Voor foutmeldingen zijn ze niet bang; elke melding levert informatie op. “Het zorgt sowieso voor een stukje bewustmaking”, zegt Ingrid Heijman-van Dijk, woordvoerder van de Commissaris van de Koning.
Tekst: Sven Hubert
Foto: Provincie Overijssel